autogeen lasbrander

autogeen lassen

Bij het autogeen lassen wordt de voor het smelten van het metaal benodigde warmte verkregen uit de verbranding van een brandbaar gas met zuurstof. De vlam ontstaat na ontsteken van het gasmengsel dat uit het brandermondstuk stroomt. Voor het lassen van on- en laaggelegeerd staal valt de keuze voor het brandgas op acetyleen. In de brander worden acetyleen en zuurstof in een bepaalde verhouding gemengd. In de juiste verhouding levert dit een relatief hoge vlamtemperatuur op van ca. 3200 oC. De chemische werking van de zuurstof-acetyeenvlam kan worden ingesteld door de verhoudingen zuurstof en acetyleen tot elkaar te laten varieeren.

carburerende vlam

carburerende vlam

Bij deze lasvlam is er te veel acetyleengas geregeld, in verhouding met de zuurstof. De vlam heeft geen scherpe kegel, maar wel een lange pluim.

neutrale vlam

neutrale lasvlam

Een neutrale vlam is de juiste lasvlam . De kegel van de vlam is zo groot mogelijk geregeld, maar zonder dat er een pluim ontstaat. De kegel heeft vooraan een afgeronde punt.

oxiderende vlam

oxiderende lasvlam

Bij deze vlam is er te weinig acetyleengas geregeld. Er ontstaat een te kleine kegel met een scherpe punt. Door het teveel aan zuurstof dat in de lasvlam aanwezig is gaat het smeltbad tijdens het lassen verbranden.

autogeen lastechniek

Bij het autogeen lassen worden twee technieken onderscheiden, "naar links" lassen ("NL", linker figuur) en "naar rechts" lassen ("NR", rechter figuur). Bij het naar links lassen heeft de (rechtshandige) lasser de brander in de rechterhand en het toevoegmateriaal in de linkerhand. De lasrichting is van rechts naar links, terwijl de vlam van de lasnaad is afgericht. Bij het "naar rechts" lassen heeft de lasser de brander eveneens in de rechterhand, maar is de lasrichting van links naar rechts en de vlam is op de lasnaad gericht.